|
Een
bezoek aan de Grebbe in september 2008 resulteerde in
het gelijknamige gedicht, dat in de cyclus ‘Cloaca’
opgenomen werd.
De
Grebbe is een van de oudste ondergrondse stedelijke
watersystemen van het land en historisch het meest
oorspronkelijke riool. De naam is verwant aan ‘graven’
en ‘gracht’.
De waterloop ontstond waarschijnlijk in het begin van
de 13e eeuw als een afwateringssloot van
het centrum, die de verbinding vormde tussen de venen
ten oosten van de nederzetting en de oude haven, toen
amper meer dan een kreek, ten westen daarvan. Er waren
verschillende zijtakken waarvan de nu bekendste de
Vuilbeek was.
Halverwege de 13e eeuw kreeg de Grebbe als
extra functie die van transportweg van moer,
opgegraven turf (één van de straten langs de Grebbe
heet nog steeds Moeregrebstraat). De turf, afkomstig
uit het zuiden, werd via de Grebbe naar de haven
gebracht en vandaar verder gedistribueerd. Dankzij het
beschikbaar komen van zuiver water ontstond er in de
14e eeuw allerhande bedrijvigheid in het
noordoosten van het huidige centrum. Bierbrouwers,
lakenvolders, ververijen en blekerijen hielpen het
dorp zich ontwikkelen tot stad. Al gauw waren er drie
bruggen over de Grebbe geslagen.
Vanaf het einde van de 15e eeuw werd het
wegens de toenemende bebouwing wenselijk om het kanaal
te overkluizen. Daarmee werden de bewoners
medeverantwoordelijk voor het onderhoud van fundering
en beschoeiing. Steeds vaker werd het hout vervangen
door het veel duurzamere natuursteen en, in de hogere
delen, door baksteen. Dit verklaart mede de grote
verscheidenheid van de Grebbe. Gaandeweg werden er
huizen op de gewelven gebouwd, o.a. gebouwen van
stadspaleis het Markiezenhof. Het proces van
overkluizen en/of bebouwen duurde eeuwen; pas in de
jaren vijftig van de 20e eeuw werden de
laatste stukken overdekt.
In de 16e eeuw kreeg de Grebbe, hoewel dat
van overheidswege verboden was, ook nog de functie van
riool waardoor er dikwijls verstoppingen ontstonden en
het krioelde van de ratten.
Sinds enkele jaren is de 700 meter
lange Grebbe een rijksmonument en wordt het qua
verschijningsvorm bonte complex in delen
gerestaureerd. Momenteel heeft het een vlakke betonnen
bodem. In het midden daarvan ligt, half ingemetseld,
een brede kunststof pijp die nog steeds een
rioleringsfunctie heeft. Daarbuiten stroomt
oppervlaktewater door de bochtige tunnel, dat bij
hevige regenval al gauw een meter hoog kan komen te
staan wat altijd nog weinig is vergeleken bij de vier
meter van vroeger!
Soms vinden er al wandelingen in de Grebbe plaats. De
verschillen in materiaal (witte natuursteen, beton en
vele soorten baksteen), hoogte (van ruim 1 meter
tot bijna 5 meter ) en
breedte (van bijna 2 meter tot
eveneens 5 meter ) alsmede
de gewelven, overblijfselen van bruggen en oude
afvoerpijpen garanderen een indrukwekkende tocht.
Voornaamste
bron: Marco
Vermunt – ‘De Grebbe, het Canal Grande van Bergen?'
Foto: Siti
Wahyuningsih
|