1 photo and 1 poem

In Kanchanaburi, tijdens een gesprek over religie. Foto: Mona la Maître.

 

 

 
BRIDGE OVER THE KWAI III: MUSEUM JEATH

Five countries in your name, to be found on no map.
I come from the last letter. You still do not know it;
no abbreviation separates marrow from callous skin, no peace
the woman in his sleepless hours from the one on my screen.

The visitors’ book flies open, pages flap
on bandages. I flatten them and write
grandpa’s name in my space. The monks nod.
They ask for material for their museum, keep on asking:

about your Mongol fold, about your father, a child
now down by the water, about our own children,
allegedly at home, and about Western sex.
I laugh too, but can no longer stay the pen.

Translation: John Irons.

 

BRUG OVER DE KWAI III: MUSEUM JEATH

Vijf landen in je naam, op geen kaart te vinden.
Ik kom uit de laatste letter. Jij weet het almaar niet;
geen afkorting scheidt het merg van het eelt, geen vrede
de vrouw in zijn slapeloze uren van die op mijn scherm.

Het gastenboek waait open, bladzijden klapperen
aan zwachtels. Ik strijk ze glad en schrijf in mijn vak
de naam van opa op. De monniken knikken.
Ze vragen materiaal voor hun museum, vragen

dan door: over jouw mongolenplooi, over je vader,
een kind nu aan het water, over onze eigen kinderen,
zogenaamd thuis, en over westerse seks. Ik lach mee,
maar de pen is weer al niet meer te houden.

 

 

Uit: ‘Tropendrift’, uitgeverij In de Knipscheer, 2003.