Bezoek van Ingrid Luycks en Ernest Potters van het culturele centrum Ruimte X te Tilburg, in het kader van filmopnamen ter gelegenheid van de Nationale Gedichtendag 2004. De film bevat interviews met Brabantse dichters en voordrachten door hen. Speciaal voor dit fragment van de film, die in alle Brabantse bibliotheken zal worden getoond, las Albert Hagenaars twee gedichten voor: ‘Wenen’ en ‘Depersonalisatie’. Foto: Sahin Sisic, 26 januari 2004.

 

WENEN

Halte Heldendenkmal.
Langzaam rijden de lege trams onder
een eeuwig lauwe lucht van wakken voorbij.

Later, in het Prater, roze gefluister
en heel zacht, zwartomrand gelach.
Geluiden van ver voor mijn bezoek,

nu herhaald in de diepere krassen
op haar haast leeggedraaide film
waarin eens het bont en gekir

van het Fin de Siècle de renbaan vulde,
de donkere dreven der Sezession begaan
werden door wie het om vernedering ging,

of om de weeë nasmaak daarvan.
Dezelfde als die van de versneden moraal,
nasmeulend op het Aktionistisch offerblok.

De pathetische vlaggen uitgebloed,
het lood der maquillage versmolten met
het celluloid, dat in een stem blijft steken,

zijn hier de dagen wit en willig vlees
zonder de rode striemen van mijn angst.
Gesublimeerd maar leesbaar: uw vrees.

Uit: Spertijd (1982)

 

DEPERSONALISATIE  

De pogingen waarmee hij zich in steeds
andere arrondissementen van het verleden
trachtte te ontdoen strandden elke nacht

opnieuw bij het fixeren van het wak in de
zwak door de hotellamp beschenen plattegrond,
plaats van hendeling waar tekens verduisteren:

de bouwput waar hij tezelfdertijd, voor
het verblindend staren van boven geschuifel
weggedoken, kortstondig huivert van bijna

bevrijdend genot in de reeks reflexen van
een paar ervaren, al te haastige handen.


Uit: Intriges (1986)