|
|
||
|
ER IS EEN MOOIE RODE DRAAD GEBROKEN IN DE OCHTEND Op bovenstaande regel van Lucebert baseerde Bert Bevers zijn tentoonstelling
in Galerie Valckesteijn in 1979. Het was een uitstalling van conceptuele kunst.
Er was een reeks kleine olieverfdoeken te zien met daarop tegen een witte achtergrond telkens
slechts een gebroken rood draadje, er hing een reeks voorstudies (in rood potlood
op wit papier) voor de schilderijen, over de kroonluchter waren door de galeriehouder en de kunstenaar bollen
rode wol gebokst die tot gebroken rode draden werden verknipt en verscheurd, en
er was een kaasstolp met daaronder een gebroken rode draad van ketchup. Ook
Bevers’ stropdas op het aanplakbiljet dat de tentoonstelling aankondigde was
ingekleurd als gebroken rode draad. Na 'Er
is een mooie rode draad gebroken in de ochtend' is het lange tijd overwegend stil geweest rond Bert
Bevers’ beeldende werk maar in het begin van deze eeuw pikte hij de draad weer
op met reeksen monotypes. Die stelde hij tentoon in onder meer Antwerpen, Bergen
op Zoom en Bredevoort. Zie voor meer inlichtingen daarover zijn website www.bertbevers.com Met de komst van het fenomeen weblog zag Bert Bevers zijn kans schoon om
weer menig conceptueel project vorm te geven. In zekere zin is 'Phaalangst &
Sokofouders' (op zijn website in het linkerbalkje te vinden onder de link 'Sokofouders') dat ook al, maar dan taalkundig. Zo bouwde hij verzamelingen op van her en der verdwenen deuren
en ramen (www.vanisheddoors.blogspot.com),
en boodschappenlijstjes
(www.geefonsheden.blogspot.com,
deze blog 'Geef ons heden' wordt
dagelijks aangevuld) en sluippaadjes (www.gebaandepaden.blogspot.com).
Ook zette hij zijn monotypes online (www.galleriacredenza.blogspot.com). Voorts is hij actief als fotograaf (werk is te zien op www.galleria.caleidoscopio.blogspot.com) Op
www.bertbevers.com
is onder de link 'Expo'
onderaan de linkerbalk een beschouwing te lezen die Albert Hagenaars wijdde aan 'Waar blijft de
toekomst? – Berichten uit het oude Europa'
(een expositie in 2005 in het oude stadhuis van Bergen op Zoom waarvoor Bevers
een selectie uit zijn foto’s, monotypes, objecten en tekeningen maakte) een
beschouwing. Hieruit enige fragmenten: “In
welk genre Bevers ook opereert, en of hij nu figuratief of abstract werkt, uit
alles blijkt een fascinatie voor het streven naar het blootleggen van het
wezenlijke in objecten, mensen, gebeurtenissen, ideeën, dromen. Ik moet aan een
mooi citaat van de Duitse dichter Novalis denken: Het zichtbare is de
verhullende openbaring van het onzichtbare. Of, iets charmanter, aan de
omschrijving van Jan Greshoff: De dichter openbaart geheimen zonder ze te
verraden. Deze tegenspraak doet zich in even sterke mate gelden in het oeuvre
van Bert Bevers. Immers: hoe kun je een objectieve, dat wil in dit verband
zeggen een algemeen geldende uiting van de werkelijkheid opnemen, die in een
foto, gedicht of prent verwerken, wat per definitie een subjectiverend proces
is, en de ontstane producten als communicatiemiddel inzetten bij het publiek
terwijl je tegelijkertijd de pretentie hebt op zoek te zijn naar iets
wezenlijks, iets puurs, wat een autonome werkelijkheid veronderstelt? Deze
spanning, dit conflict, maakt in elk geval de kern uit van Bevers’ queeste,
die niet voor niets pleisterplaatsen kent met namen als Afglans en In de buurt van de
wereld om maar enkele titels van boeken van zijn hand te noemen. Deze
spanning en dit conflict komen ook aan bod tussen dichter en lezer, fotograaf en
beschouwer. In elk contact tussen de twee kan de vonk ontstaan voor het vuur van
vervoering, die altijd vreemde en tegelijk vertrouwde combinatie van weten én
ontdekken, en hérontdekken…het vuur dat we graag, en ook gemakshalve als
kunst bestempelen. Je
zou op basis van het bovenstaande misschien verwachten dat de afbeeldingen van
Bert Bevers per definitie realistisch zijn maar zijn monotypes tonen
nadrukkelijk aan dat zo’n uitgangspunt niet aan de orde is. En dat is logisch
want voor wie naar het wezen der dingen peilt mag de uiterlijke vorm, liever
gezegd de verschijningsvorm, niet bepalend zijn. Lijken daarom zijn abstracte
voorstellingen zo concreet dat we er veel in willen, of kunnen, of moeten
herkennen? En lijken zijn beste foto’s daarom soms zo vervreemdend dat ze
abstract genoemd mogen worden? Of we willen of niet, we
worden aangespoord een verklaring te vinden voor dit alles. We weten dat dat
niet hoeft want we kunnen een gewaarwording ondergaan zonder die te willen
begrijpen zoals een zonsondergang of een onstuimige sneeuwbui. Zodra een
kunstenaar als tussenpersoon optreedt, hebben we die drang tot verklaren wel.
Want deze had er een bedoeling mee en die moet ontraadseld worden. Het maakt
daarbij niet uit dat kunstenaars zelf lang niet altijd de beste vertolkers zijn
van hun werk. Veel van wat zij creëren ontstaat vanuit impulsen, het domein van
het onbewuste. Maar niet altijd. En zeker niet bij een flegmaticus als Bert
Bevers die, zonder in de valkuil van teveel uitleg te trappen, wel degelijk ook
een boodschap wil uitdragen.” Klik
hier voor de volledige kritiek. Albert Hagenaars
Meer informatie volgt. |
||
|
|
||