BIBLIOTHEEKADVIEZEN

Van TAKES tot VAN TIJN

 


 

TAKES
BOB TAKES. HOE IS ’T – GEDICHTEN IN ’T STAD. 2010.
Twee zaken vallen het meest op in dit verslag van de twee jaar dat Joke van Leeuwen (º1952, Den Haag) stadsdichter van Antwerpen was: 1) zij bewijst in de meest uiteenlopende poëziegenres uit de voeten te kunnen en 2) de makers van het boekje, zowel de schrijfster als vormgever Bob Takes, tonen aan dat het niet alleen een gedichtenbundel is maar ook een staalkaart van wijzen waarop poëzie in de openbare ruimte ingezet kan worden.
Bob Takes (º1953), ook bekend van z’n vele ontwerpen voor de VPRO, speelde een onmisbare rol in het ontstaansproces. Op een groot aantal plekken in Antwerpen toonde/toont hij met de teksten van Van Leeuwen als uitgangspunt z’n veelzijdigheid en originaliteit, o.a. in het nieuwe Park Spoor Noord, het Letterenhuis aan de Minderbroederstraat (waar museum en archief van de Vlaamse Letteren in gehuisvest is), het Design Centrum in de Lange Winkelhaakstraat, op het plafond van de nieuwe portaal van de stadsschouwburg, op de binnenplaats van het Atlasgebouw (Carnotstraat), in de voetgangerstunnel naar Linkeroever en op een silo van Bosto aan het Albertkanaal. Hij tekende tevens voor uiterlijk en binnenwerk van dit boek.
Na de verantwoording volgen, ondersteund door tekeningen en foto’s, twintig heldere beschrijvingen van taal- en ontwerpprojecten die in 2008-2010 in de stad gestalte kregen. Van Leeuwen beheerst niet alleen diverse technieken, zij bespeelt ook qua modaliteit vele registers: van humoristisch tot serieus, van volks tot filosofisch, van intiem tot grootschalig.
Natuurlijk is de uitgave gezien de plaats- en tijdsgebonden aspecten op de eerste plaats voor Antwerpen en Vlaanderen van belang, door de aantrekkelijke meervoudige aanpak (er wordt ook nog verwezen naar auditief bronmateriaal) kunnen Nederlandse lezers toch royaal meedenken en meevoelen, kortom meegenieten!

TAVERNE DU PASSAGE-NEDERLANDSE SCHILDERS EN SCHRIJVERS IN BELGIE. 2006
Saskia de Bodt (Oosterhout,º1952) en Frank Hellemans (Mechelen, º1957) schreven een vermakelijk en bijzonder informatief boek over Nederlandse kunstenaars in België. Ze deden dat in 10 (elk 5) thematische en chronologisch geplaatste hoofdstukken, en vertrekken consequent in 1980. Hun vlotte en met kennis van zaken geschreven stukken worden ondersteund door relevante afbeeldingen en foto’s. Aan bod komen o.a. coryfeeën als Multatuli, Laurens (later Lawrence) Alma-Tadema, sommige Tachtigers, Vincent van Gogh, Jeroen Brouwers, Willem Frederik Hermans en Gerard Reve en hedendaagse kunstwerkers als Benno Barnard, Charlotte Mutsaers en Oscar van de Boogaard. Ik mis wel o.m. Serge van Duynhoven, Ramsey Nasr (die nota bene stadsdichter van Antwerpen was), de actieve Hannie Rouweler en vooral Bert Bevers (dichter en publicist die al vaak schreef over de band tussen Vlaanderen en Nederland).
Omdat deze ook nog mooi verzorgde uitgave daadwerkelijk bijdraagt aan een beter onderling begrijp tussen beide partnerlanden, geschikt is voor een meer dan gemiddeld grote groep lezers, de teksten toch niet in oppervlakkigheid verdrinken, wil ik de aanschafcommissies aanraden er niet aan voorbij te gaan. U haalt een populair boek binnen.

TEDJA
MICHAEL TEDJA – HOSSELEN. 2009
In een grote verzameling materiaal, o.a. korte prozateksten (veelal essays), afbeeldingen van kunst, gedichten, bewerkte foto’s, verdeeld over 550 pagina's, maakt de lezer kennis met de ideeën van Michael Tedja (1954). Dit als roman bestempeld boek handelt vooral over identiteit en kunst en de talrijke, in velerlei vorm gegoten verbindingen en discrepanties daartussen. Onderwerpen als etniciteit, het doorbreken van bestaande structuren en de verhouding tussen vorm en inhoud passeren de revue. Tedja’s prikkelende stijl is al even divers als zijn thema’s; begrippen als ‘diachronie’ en ‘Kantiaanse zorgvuldigheid’ worden vermengd met straattaal en groepsjargon, het perspectief wisselt aan de hand van ‘facetten’ genoemde stukjes constant zonder dat de rode lijn losgelaten wordt en de lezer heeft veel zelf te interpreteren. Hoewel lang niet al zijn stellingen duidelijk zijn en zeker de gedichten eendimensionaal blijven, weet Tedja door zijn wervelende aanpak tal van interessante vragen op te roepen. Er hoort een, soms overlappende, dvd bij met o.m. fragmenten van een forum en beeldloze muziek.

TEESELING
ED VAN TEESELING.2012.
Uit de informatie over Ed van Teeseling (1924-2008) en de afbeeldingen van zijn werk blijkt dat deze monografie artistiek én historisch een geslaagde investering mag heten. Hoewel de kunstenaar, geboren in Amsterdam maar opgegroeid en immer actief gebleven in Nijmegen, ook actief was als graficus, schilder en tekenaar, belicht het boek zijn gevarieerde ontwikkeling als beeldhouwer, die invloeden van de elkaar opvolgende (inter)nationale stromingen weergeeft maar toch vaak eigenheid toont. Uit diverse interviews (1960-2000) werd een nieuw vraaggesprek samengesteld. Een biografische schets, de culturele groei van Nijmegen, getuigenissen van vrienden, enkele kleinere bijdragen en afsluitende overzichtslijsten vullen het profiel aan. Een meerwaarde is zeker de keuze om leven en werk van de kunstenaar te vervlechten met zowel de stad waar hij zijn stempel op drukte (ook nog als organisator) als de diepgaande maatschappelijke en culturele veranderingen die op hém inwerkten. Daarmee is de bedding gerealiseerd voor een grotere groep lezers dan bij dit soort boeken gebruikelijk is.

TEMPEL
BENNO TEMPEL – ONTDEK HET MODERNE. 2012.
Het verhaal van de moderne kunst, zeg van midden 19e eeuw tot nu, is al ontelbare malen verteld. Toch verveelt het alleen als de verteller te kort schiet. Aan de werken zelf, al vaak door de zeef van de kritiek gegaan, ligt het niet. Dat valt ook weer in deze selectie van internationale topstukken uit het Haags Gemeentemuseum op, van Carl Andre t/m Willem de Zwart. Directeur Benno Tempel stelt ze voor en geeft ze een plaats. Zijn relaas is uiterst eenvoudig zonder simpel te worden, opdat een veel groter publiek dan gewoonlijk betrokken raakt. En het leest nog prettig ook. Uitgangspunt is nieuw zicht te bieden op onderlinge beïnvloedingen en die van de steeds veranderende maatschappij. In veel opzichten is dit gelukt. Hoewel het niet werd beoogd, is er tevens een onderhuidse chronologische lijn ontstaan. Stijlen als impressionisme en expressionisme staan dan bijv. ook vóór latere stromingen. Tempel zet 5 thema's in, o.a. 'Spel en utopie' en 'Ongemak en toe-eigenen'. Conclusie: een echt publieksboek met een flinke dosis kijkplezier, zelfs voor de meest theoretisch behepte beschouwer.

TERMAAT
PIET TERMAAT – SAWWALL. 1992
Dit origineel vormgegeven boekje (getiteld Sawwall ofwel zaagmuur) doet verslag van een in Bergen (NH) uitgevoerd project van de nog weinig bekende kunstenaar Piet Termaat. Uitgaande van oude ambachten (houtverkoling en kalk branden en daarmee gebruik makend van de elementen vuur, kool en kalk) bouwde hij een installatie met een 3 m hoge, uit zachte materialen bestaande muur als opvallendste element. Deze installatie is van historisch, symbolisch en artistiek belang, omdat hij veel vergeten technische informatie geeft, doet reflecteren over transformatie en transcendentie, en tevens esthetische kwaliteiten heeft. De tekst van P. Saal en vooral de foto’s van R. Roos geven een uitstekend beeld van het hele proces. Toch is het boekje geen echte aanrader: 1) het object is al snel aan het verdwijnen (wat ook de bedoeling was), 2) hoe mooi ook, de foto’s zijn lang niet altijd relevant, 3) daarmee samenhangend, het streven naar volledigheid en ‘conceptualiteit’ ontaardt soms in ‘opblazen’ van op zich onbelangrijke details, 4) Termaats belang kan beter geïllustreerd worden door een overzicht van zijn oeuvre, 5) bio- en bibliografische gegevens ontbreken.

TIEMAN
PAUL TIEMAN - INKTHUMANITEITEN. 2010
Zonder kijf is Paul Tieman (º1968, Maastricht) een tekenaar die z’n metier verstaat. Dit intieme boekje, ook op klein formaat geproduceerd, bevat 48 afbeeldingen met zwarte inkt. Ze kunnen qua uitwerking minimalistisch genoemd worden omdat enkele lijnen soms al volstaan, het wit een groot tegengewicht biedt en het effect mede z’n beslag krijgt door de interpretatie van de beschouwer. Die moet daar soms wel moeite voor doen want de bedoeling, geladen met uiteenlopende koppen (variërend van kritiek tot humor), is niet altijd meteen duidelijk. Zelfs in deze teruggehouden presentatie toont Tieman hoe breed zijn spectrum is: stippen, kriebellijntjes en krullen gaan samen met brede halen. Ook is het gebruik van letters en woorden opvallend, temeer waar ze ontstaan uit of opgaan in de weefsels. Elke afbeelding is rechts afgebeeld en wordt links begeleid door nummer, titel en soms een al dan niet raadselachtige annotatie. Het boekje is in z’n genre te particularistisch van aard voor verreweg de meeste bibliotheken. Die in Limburg zouden daarentegen niet mogen aarzelen om te bestellen.

TIJN
WILLEKE VAN TIJN. Schilderijen en tekeningen 1992-2000
Als je eenmaal werk van Willeke van Tijn hebt gezien, zul je haar stijl en vooral de picturale codes daarvan waarschijnlijk onmiddellijk herkennen. Meest opvallend is de meervoudigheid. Er is invloed van o.a. de industrie en huisnijverheid enerzijds en de rijke mythologie van Europa anderzijds. Haar werk heeft een rijk coloriet, is mede daardoor vaak zinnenprikkelend en komt door het simultane beroep op de ratio uitdagend over. Bovendien is het niet gespeend van humor. Zij gebruikt formules die een groot publiek aan kunnen spreken. Wat jammer daarom dat dit boekje, dat haar schilderijen en tekeningen van de laatste 8 jaar (waarom precies?) vertegenwoordigt, de rijkdom ervan zo summier uit laat komen. Het biedt nog geen 20 pagina’s met afbeeldingen in kleur en twee fladderende en erg korte teksten in het Nederlands die een hoog babbelgehalte hebben; gezellig maar niet altijd relevant! Achterin is een vertaling in het Engels opgenomen. Biografische gegevens ontbreken. Wel zijn er lijstjes van exposities sinds 1983 en publicaties. De kunst van Willeke van Tijn verdient beter, zeker omdat dit de eerste publicatie in boekvorm over haar alleen is!

TIONG ANG
THIONG ANG - THE UNWANTED LAND. 2010.
Zes kunstenaars met internationale verhuiservaring organiseerden een tentoonstelling over immigratie. De inzet van Tiong Ang (º1961, Surabaya) die een Chinees-Indonesische achtergrond heeft, spreekt boekdelen. Hij genoot z’n opleiding in Nederland en is actief in verschillende disciplines. Zijn werk kent een sterke tegenstelling tussen object en subject, een opstelling die vaak overgaat in een aanhoudende dialoog met de beschouwer. Verder doen mee: David Bade, Dirk de Bruyn, Sonja van Kerkhoff, Renée Ridgway en Rudi Struik en o.a. de landen Indonesië, Nederland, Canada, Australië en de VS. Had de catalogus alleen uit hun werk bestaan (o.m. schilderijen, foto’s, sculpturen, banieren, video’s en geluid, die samen één domein vormen) dan zou het belang, ook door relatief weinig afbeeldingen, te gering zijn om te bestellen. Maar ze gaven ook statements af die, gevoegd bij essays van andere deskundigen, niet alleen hoogst actueel zijn maar ook nog eens zorgen voor een grotere coherentie van het thema. Het zijn stuk voor stuk goed geschreven artikelen met tal van gedenkwaardige uitspraken. Alle tekst is ook in het Engels afgedrukt. Ondanks het beperkte aantal participanten zijn de perspectieven opwindend divers. Daarmee stijgt de gebruiksmogelijkheid uit boven de interesse van museumbezoekers. ‘The Unwanted Land’ past minstens zo goed op de schappen m.b.t. maatschappelijke ontwikkelingen als op die van de kunst.

TOLÉ
ATELIER TOLÉ. 2012.
Gerrit van der Zwaan, voorvechter van cultureel-historisch erfgoed op de Veluwe, maakte een boek over houtsnij-atelier Tolé in Garderen, waar Gert van Middendorp al een halve eeuw een centrale rol in speelt. De uitgave is thematisch ingedeeld met o.a. aandacht voor het historisch perspectief van het ambacht en de plaatsen waar het atelier was gevestigd maar bovenal de stichtelijke waarden van de gesneden en gegutste voorstellingen, die gebaseerd zijn op de Bijbel. Talrijke foto’s, steevast van traditioneel uitgewerkte panelen en anderszins gevormde stukken, getuigen van het vakmanschap van Van Middendorp en zijn liefde voor het materiaal. Dit en het voortdurende appèl op religieuze beleving maken dat de publicatie 3 doelgroepen kent: behalve de bevolking van de eigen regio ook de liefhebbers van houtsnijkunst en de lezers die de Christelijke boodschap essentieel achten. Het resultaat is bijzonder maar kent ook minpunten: nogal wat detailinformatie is weinig relevant en de teksten bij de panelen geven soms te veel prijs, wat ten koste gaat van de zeggingskracht van de werken zelf.
a

TOLMAN
RONALD TOLMAN – SCULPTUREN EN ETSEN.  VAN GOGH-MUSEUM. 1993
In mijn huisbibliotheek staan nogal wat overzichtswerken van de Nederlandse kunst, maar de naam Ronald Tolman (Amsterdam, 1948) komt daar weinig in voor. Nu dit prestigieuze boek over zijn werk en persoon er is, vraag ik me af hoe dit komt. Zijn sculptuur en grafiek (alleen deze genres worden ruim behandeld) tonen aan heel wat meer kwaliteit te bieden dan veel avant-garde werk dat tot de Roes van de Dag behoort. Nog meer vraag ik me af wat met dit boek bedoeld wordt. Er is een voorwoord van de directeur van het Van Gogh museum, maar nergens wordt duidelijk of het om een catalogus bij een expo gaat. Gezien de grote hoeveelheid afbeeldingen denk ik dat niet het geval.is. Een geval van imagebuilding dan? In dat geval wordt de lange inleiding van Wim. Van de Beek begrijpelijker. Die heeft een (soms te) vlotte pen. Zijn tekst lijkt eerder bedoeld om Tolman eens goed in de schijnwerpers te zetten, dan om diens werk te plaatsen in confrontatie met dat van tijdgenoten. Wel zijn er veel verwijzingen naar de traditie. Wat ik mis: een kritisch perspectief dus, en ook een verantwoording. Al bij al is het een mooi boek over interessant werk maar komt de strategie ervan niet uit de verf.

TOOROP
JAN TOOROP – STUDIES. 2009
De veelzijdige schilder en vooral tekenaar Jan Toorop (1858-1928) die, zeker achteraf bekeken, in zijn tijd een duidelijke scharnierfunctie vervulde, woonde van 1908 tot 1916 in Nijmegen. Deze uitgave bevat essays over werken én correspondentie gedurende die periode, die zich nu in museum Het Valkhof bevinden. Voor een boek met vijf niet al te lange beschouwingen is het een puike uitgave geworden, rijkelijk voorzien van afbeeldingen en noten plus een bibliografie. Natuurlijk komt de band tussen Toorop en de stad aan bod, verder het belang van de vele reproducties die er in omloop zijn (ook de relatie tussen origineel en kopie), de rol die het verzamelende echtpaar Agatha en Henk Donkers-De Vries speelde alsmede de contacten met enerzijds de jezuïeten en anderzijds de dominicanen in het ooit zo katholieke bolwerk. De diversiteit van zijn werk, dat in te delen valt bij o.a. impressionisme, symbolisme, divisionisme en art nouveau, wordt overduidelijk. Omdat Toorop (inter)nationaal meetelt, is een bestelling ook voor bibliotheken buiten Gelderland een overweging waard.

TOYISME
UPPSPRETTA. 2014
Omgevingskunst met felle kleuren in liefst op groot formaat uitgevoerde werken en dus een kunstvorm met een sterk sociale component. Dit propageert de in 1992 in Emmen opgerichte artistieke richting van het Toyisme, die ook internationaal actief wil zijn. Het boek 'Uppspretta' is grotendeels een verslag van het beschilderen van een voormalige watertoren in het IJslandse plaatsje Keflavík, aangevuld door informatie over doelen en werkwijze van de onder het Toyisme opererende medewerkers. Ook ander werk, maar los van de watertoren, komt aan bod. De naam van het project verwijst naar een legende over de papegaaiduiker (het eiland herbergt de grootste kolonie van deze vogelsoort ter wereld). ‘Uppspretta’ betekent opspuitende levenskracht, wat symbolisch goed aansluit bij de principes van de Toyisten, die het individuele belang ondergeschikt maken aan dat van de groep en mede daarom maskers dragen en een fantasienaam gebruiken. Zo werd mede-oprichter en manifestschrijver Luit de Jong bijvoorbeeld Dejo. Deze modus operandi is origineler dan het resultaat, al zal waarschijnlijk iedereen kunnen genieten van de vrolijke, verhalende en vooral kleurrijke schilderingen, zeker in het meestens grauwe IJsland.

TROPENMUSEUM
ONVERWACHTE ONTMOETINGEN – VERBORGEN VERHALEN UIT EIGEN COLLECTIE
World music, immigratie, fusion food, verre reizen… deze fenomenen, waar we de laatste decennia gewend aan zijn geraakt, maken duidelijk dat kunst meer moet zijn dan alleen ‘exotisch’ om optimaal te kunnen verrassen. De ondertitel van deze catalogus van het Tropenmuseum –Verborgen verhalen uit eigen collectie– verklapt dat de organisatoren erop uit zijn niet alleen kunst te laten zien maar die ook in te bedden. Enerzijds zetten ze in op een mentale zwerftocht, anderzijds leiden ze de beschouwers rond langs 55 werken in een strak kader van 7 thema’s met namen als ‘Van dieren en mensen’, ‘Stemmen uit het verleden’ en ‘Wereld van nu’. Wayne Modest en Paul Faber zorgden voor rake essays over respectievelijk interactie tussen de werken (per tweetal) en de verzamelhistorie. Alle stukken worden meteen na de afbeelding toegelicht en gespiegeld. Deze opzet werkt. Het resultaat is niet slechts een boek waarin je kunt blijven kijken en vergelijken maar ook aangespoord wordt na te denken over wie we zelf zijn, hoe betekenisvol onze plaats is in een snel veranderende wereld. Een mooi en leerzaam boek!

TROPISCH KONINKRIJK
HEDENDAAGSE KUNST VAN ARUBA, CURAÇAO, ST. MAARTEN, BONAIRE, SABA EN ST. EUSTATIUS
De cultuur van de zes eilanden die vroeger de Nederlandse Antillen vormden moet het niet hebben van de omvang van de gezamenlijke bevolking (iets groter dan die van Eindhoven) of van de oppervlakte (slechts 980 km2) maar van de etnische en linguïstische diversificatie die de geschiedenis er vormde. Elk eiland heeft bovendien een sterke aparte identiteit. Dit wordt weerspiegeld in deze catalogus van een expositie met de meervoudige titel ‘Tropisch Koninkrijk’. Hij handelt over de hedendaagse kunst in Caribisch Nederland maar gaat gelukkig ook in op diverse bronnen en invloeden. De nadruk ligt op Curaçao en Aruba, die verreweg de meeste inwoners tellen. Speciale aandacht is er tevens voor Winfred Dania (1950-2012) van Bonaire. Het boek biedt inzicht in het werk van 20 kunstenaars, o.a. Yubi Kirindongo, Tirzo Martha en Ciro Abath, en bestaat uit vier essays (boeiend voor met name Europese lezers), kunstenaarsprofielen en een slotdeel over installaties. Alle tekst is in het Nederlands, Engels en Papiaments. De opzet doet recht aan de rijke Antilliaanse kunst en is mede daarom van belang.
2014

TUCKER
WILLIAM TUCKER 1999
Deze uitgave van de Brits–Amerikaanse beeldhouwer/kunsthistoricus William Tucker (º1935, Oxford) over de grondslagen van de moderne sculptuur is in verschillende opzichten een ideaal bibliotheekboek. De tekst is niet te moeilijk of te makkelijk en wordt gesteund door veel foto’s (alle in z/w). Daarnaast richt Tucker na een smaakopwekkende inleiding zijn betoog op het werk van een aantal aansprekende sculpteurs die als spil en voorbeeld gelden, respectievelijk : Rodin, Brancusi, Picasso, Gonzàlez, Matisse. Deze artiesten worden niet alleen in hun tijd geplaatst maar ook kritisch in hun ontwikkeling gevolgd, en juist dit laatste ontbreekt te vaak in kunstboeken. Achteraan staan drie thematische hoofdstukken, o.a. over het beeld als object en het belang van zwaartekracht. De behandelde periode is ruwweg van 1880 tot 1960. Alle afgebeelde werken worden in een aparte lijst geannoteerd. Tot slot is er een register op titels en namen van makers. Dit boek zou wel eens lang mee kunnen gaan. Doen.