MÉLAND LANGEVELD
 
ZIJWAARTS SPRINGEN
Zijwaarts springen’ heet deze bundel van Méland Langeweg en dat is precies wat de dichter zelf doet. Een van de belangrijkste trekken van zijn teksten is de constant actieve beeldspraak. Het ene beeld roept het andere op, nu eens gebeurt dat associatief navolgbaar, dan weer volkomen autonoom. Voor de werking ervan maakt dat geen verschil. Door de densiteit ervan overheerst effectbejag wel de inhoud. Deze is niet eenkennig, haalt z’n inspiratie uit letterlijk alles wat maar waar te nemen valt. Overdaad is in het taalspel gemakkelijk aan te wijzen, bijv. in: "het karkas van hun bonkig huis / priemt vergeefs boven de spiegeling uit, / de takken van de eens lommerrijke boom / prikken doods door de spiegel". Veel woorden zijn overbodig, belemmeren daarnaast het zicht op de essentie. De beste gedichten van Langeveld zijn dan ook juist die waarin hij evenwicht nastreeft, zoals het tot nadenken voerende "in spraakloze taal ademt ze / zonder te ademen". Soortgelijke momenten zijn er nu helaas nog te weinig. Langeveld heeft een langere aanloop nodig om over de hele linie te kunnen overtuigen.
2016




NBD/Biblion