BLOEDKRANS VAN ALBERT HAGENAARS


Door Els van Geene

Wie deze dichter (1955) wil volgen moet veelvuldig met hem meereizen: naar binnen toe vanwege zijn familiegeschiedenis, maar vooral ook naar buiten toe, terwijl hij trekt door de steden van de wereld. De historie van zo'n stad leidt bij hem tot een vergaande identificatie, ook al weet hij dat hij buitenstaander blijft. De wonden die de kolonisatie heeft geslagen, de veelal uitgeroeide oorspronkelijke bewoners van Zuid-Amerika leiden tot diepgaande beschouwingen. Hij voelt de angst van 'het Westen' voor de veel oudere culturen van 'het Oosten' en voor de groeiende macht van de laatstgenoemde. 'De ´llusionist uit Nazareth' van zijn katholieke jeugdjaren wordt afgezet tegen het hindoe´sme dat hem fascineert door zijn rituelen die hij in Indonesia leert kennen en gaat overnemen. De vergelijking met de dichter Slauerhoff dient zich aan. Alleen is het ervaren van die buitenlanden bij de scheepsarts-dichter concreter en komt de vervreemding die hij daar ervaart duidelijk voort uit zijn eigen problematiek. Wie de bezochte buitenlanden van Hagenaars zelf heeft bereisd, thuis is in hun geschiedenis en evocatie belangrijker vindt dan duiding zal deze dichtbundel zeker waarderen.

 

NBD/Biblion, 25 juni 2012