WAAROM EEN DICHTER VAAK ZO ‘MOEILIJK” DOET


Van de Bergse dichter Albert Hagenaars verschijnt na zeven jaar weer een dichtbundel. ‘Bloedkrans’. Een gelegenheid om hem eens “domme” vragen te stellen.

Door Annelies Vlaanderen


__________________________________________________________________________

Wat is poëzie voor jou?

Een manier van leven, beleven, denken. Ook als ik niet daadwerkelijk schrijf, ben ik meestal met poëzie bezig, met verschuivingen in de waarneming van de alledaagse realiteit.

Wat doet een dichter de hele dag?

Hetzelfde als andere mensen, alleen vaak in een andere modaliteit dus. Ik ben iemand van wie in de apparatuur bijvoorbeeld de basknop is ingedrukt.

Hoeveel gedichten moet je schrijven om ervan te kunnen leven?

Niemand kan alleen van gedichten leven, behalve die enkele keer een paar jaar lang als een bundel onverhoopt een groot verkoopsucces is. Populaire dichters kunnen wel een boterham verdienen met lezingen en andere soorten optredens. Populariteit heeft echter niet veel te maken met aantallen geproduceerde gedichten.

Leg onderstaand gedicht eens uit:

VASTENAVOND

Uit alle straten stroomden de mensen
dansend en zingend naar het hart
van de stad, ziedend marktveld,

voor hun laatste zevensprong,
waar ze steeds dieper bogen, knielden,
zich steeds korter in elkaar verhieven.

Kanonschoten deden de kasseien trillen
en tegen een gloed van Bengaals vuur viel
de kraai van Wana’s bloedende schouder.

Zie, vader en moeder. Ze leefden nog
en trokken, niet langer vermomd, een meisje
neer dat met mijn ogen even naar mij lachte.  

Te kort duren de veertig dagen tot Pasen,
tot het ploegen van de strofen beneden
waar iedereen ligt, en liefhebbend liegt.

 

Ik kies dit gedicht omdat Vastenavond een belangrijk moment is voor Bergen op Zoom, mijn geboortestad. De naam kent twee verklaringen: 1) vastelavond, ‘vastelen’ betekent zwetsen, dwaas praten, lol maken. 2) de avond voor de vastentijd van 40 dagen tot Pasen. Ik heb alleen de tweede betekenis gekozen, omdat ik de christelijke symboliek van dit oeroude lentefeest wilde gebruiken, de symboliek van een offerfeest en wederopstanding, kortom de spanning tussen leven en dood. In Bergen is Vastenavond alleen verbonden met plezier maken, prima natuurlijk maar ik wilde daar een andere wending aan geven, omdat er méér in zit. Op het persoonlijke vlak gaat het gedicht behalve over m’n eigen carnavalsbeleving ook over een overleden zus. Ze leefde voort in het verdriet van m’n ouders. Ze was er dan fysiek niet meer maar wel degelijk psychologisch en dat was goed.

Waarom doet een dichter vaak zo moeilijk?

Lezers die alleen willen consumeren en niet mee willen denken vinden vaak dat een dichter moeilijk doet omdat ze niet bereid zijn eenzelfde soort investering te doen als de dichter die naar wegen zoekt om iets op een zo origineel mogelijke manier te verwoorden, iets nieuws te ontdekken. Als je je als dichter niet onderscheidt, krijg je te weinig of geen kansen om te publiceren en op te treden. Om je te onderscheiden, zul je je een eigen, unieke stijl moeten aanmeten. Voor de meeste dichters duurt dat lang.

 


Foto: Robert van den Berge/Het Fotoburo.

Bestaat er een dichterschool?

Ja, in Amsterdam heb je bijvoorbeeld de School der Dichters. En er zijn zat opleidingen om veel te leren over poëzie. Ik kan zoiets iedereen met dergelijke aspiraties aanbevelen. Ik heb het zelf niet gedaan omdat ik al Nederlands had gestudeerd. Extra kennis schaadt nooit. Maar het is een misverstand om aan te nemen dat je met een dergelijke studie ook een geslaagde dichter kunt worden. Een goede techniek is één, een lyrische taal hanteren, en dan nog dus op oorspronkelijke wijze, is twee.

Hoeveel dichters zijn er in Bergen op Zoom?

Er zijn waarschijnlijk vele honderden mensen die gedichten schrijven in de stad, zoals in elke stad. Als ik uitga van publicerende en optredende dichters kom ik aan een handjevol. Ik denk dan aan Frans Mink, Cootje Houdijk, Paul Asselbergs, die ik zeer waardeer en Peter van der Graaf, die ik niet voor niets heb gevraagd op te treden tijdens de presentatie van m'n nieuwe bundel.

Ben jij de beste dichter?

In hoeverre ik een goede dichter ben moet het publiek maar bepalen, dat tenslotte objectiever is dan ik zelf ben. Ik kan wel beter dan anderen de gedichten maken die ik zelf het belangrijkste acht én die er nog niet waren.

Wat is het nut van poëzie?

Het nut van poëzie kan moeilijk financieel vertaald worden. De meeste gedichten hebben geen financiële waarde, tenzij je een gedicht in een tijdschrift of bloemlezing publiceert of met poëzie optreedt. Dan krijg je van serieuze organisaties een honorarium. Toch heeft poëzie veel nut. Ik noem slechts: het zintuiglijke genot van de werking van poëzie of de muzikaliteit van de tekst; het plezier in het taalspel; de mogelijkheid troost te bieden bij ziekte, dood en angst; inzicht bieden in complexe zaken; een overtuiging of idee verspreiden; het verbijzonderen van de openbare ruimte (sommige steden meten zich middels gedichten op gevels een bredere culturele identiteit aan, zoals Leiden en BoZ); en tenslotte een stijlvolle en symbolische omlijsting geven aan ceremoniële momenten of locaties met een psychologische meerwaarde. Zo draagt het monument op de Dam een gedicht van A. Roland Holst. Sommige dichtregels worden spreekwoorden en verrijken daarmee de omgangstaal: “Een nieuwe lente, een nieuw geluid” van Gorter. En dit is nog maar een kleine greep. Een wereld zonder poëzie is een wereld zonder verbeelding is een onvolledige wereld.

 

 

BN/De Stem, 10-05-2012