PRESENTATIETEKST VAN FRANC KNIPSCHEER


Zaterdag 19 mei 2012, in de bovenzaal van Grand Bar De Moor, Grote Markt 29, Bergen op Zoom

 

Beste mensen,

Het doet mijn uitgevershart goed om met zo velen te zijn die de poëzie een warm hart toedragen – en in het bijzonder dan die van Albert Hagenaars. We maken ook wel dichtersavonden mee waarop dat niét zo is, waarop de dichters hun lezerspubliek vrouw voor vrouw, man voor man, voor zich moeten zien te winnen. Zo te zien is dat Albert in een periode van 33 jaar, namelijk vanaf het uitkomen van zijn debuut Stadskoorts uit 1979,  goed gelukt!

Dat debuut verscheen overigens niet bij Uitgeverij In de Knipscheer, maar bij Uitgeverij WEL, voor welke uitgeverij Albert Hagenaars zich van meet af aan bijzonder heeft ingespannen, als redacteur, als uitgever - naast zijn literaire werk als gerenommeerd recensent van poëzie. Die combinatie van activiteiten maakt het er voor dichters/schrijvers als Albert Hagenaars niet gemakkelijker op. Diverse redacteuren van uitgeverij In de Knipscheer kunnen daarover meepraten. Immers als publicerend redacteur en/of uitgever en/of recensent ben je doorgeefluik ten dienste van collega-auteurs. En dat wil wel eens ten koste gaan van de eigen literaire productie. Eigen werk laatst, is het vaak, want je wilt ook geen plek bezetten die je ook in je hoedanigheid als uitgever of redacteur een ander wenst.

Dat zou wel eens de reden kunnen zijn dat het oeuvre van Albert Hagenaars voor die 33 jaar nog redelijk overzichtelijk oogt: twee romans, Dood tij en Butijn, en dichtbundels (bibliofiel, klein en groter) die nog net op twee handen te tellen zijn (bloemlezingen, vertalingen en spin-offs even niet meegerekend).

Her eerste contact van Albert Hagenaars met uitgeverij In de Knipscheer zal geweest zijn tussen hem en mijn broer Jos Knipscheer, een soulmate van alle poëzieliefhebbers onder ons. Dat was vanwege een bijdrage aan ons toenmalig literair tijdschrift Mandala, dat vanaf 1975 tot in 1981 bestond. De eerste boektitel van Albert Hagenaars, Intriges, kwam 5 jaar later uit, in 1986. Aan die bundel lag toen ook al een strak concept ten grondslag: vier cycli van elk tien gedichten. Tropendrift/Tropical Drift uit 2003 vertoont dezelfde behoefte aan bijna wiskundige ordening: 8 cycli van respectievelijk van 3, 6, 9, 12, nog een keer 12, dan weer 9, 6 en 3 gedichten. En Bloedkrans, dat nu voor ons ligt, bevat 4 cycli van elk 20 gedichten. Deze compositorische gave vinden we ook terug in het proza van Albert Hagenaars, de kloeke romans Dood tij en Butijn, het boze oog uit 1988 en 1992, die zo naar méér smaken…

In Tropendrift, in Butijn en ook in Bloedkrans herkent de lezer Hagenaars’ fascinatie voor Nederlands-Indië en Indonesië, waardoor hij soms gerekend wordt tot de groep van Indo-schrijvers in de Nederlandse letteren, de laatste jaren nog meer vanwege zijn vrouw Siti.

Dames en heren, het moment is daar om het eerste exemplaar van Bloedkrans te overhandigen aan Albert Hagenaars. Over Bloedkrans ga ik nu niets meer zeggen; dat is al eerder in dit programma voldoende gebeurd.

Het is spannend om óver poëzie te praten, maar het is nog spannender gedichten te lezen of ernaar te luisteren en de inhoud, de klank en het ritme over je heen te laten komen. En dat laatste gaat gebeuren: u krijgt zo meteen een mooie selectie uit Bloedkrans te horen van Albert Hagenaars. Daarna zal Albert Hagenaars Bloedkrans graag voor u signeren. Bloedkrans is vanaf maandag officieel te koop of te bestellen in de boekhandel en kost dan € 18,50. Vandaag is de prijs voor u nog € 15,00. Albert, van harte proficiat met je 5de boek bij In de Knipscheer; het is een prachtboek.