MAGDEBURG
Grauwe velden. Gesloten land. Wankelend
rijdt de trein door dit landschap waaruit
alle lucht gezogen is. Dat van mij gescheiden is.
Een herinnering splijt plots de reis, opent de bol,
daar wordt tussen de bronzen randen mijn mond
een nap op de bevleesde ruimte van de ander
en in een verwarrend beeld van sikkels
en sterren, sintels, stoom en roestende bruggen
en vertrouwde armen die zich wit en mager
uit een achtergrond van dood water naar mij uit-
strekken, schuift Maagdenburg, verzakt in haar
decor van verouderde gieterijen, voorbij.
Nog opent het bevreesd gezicht op de ruit de mond
voor een afwerend nee. Geen geluid. Dan weer
vale akkers. Verboden land. Wankelend.
‘En maar blijven denken dat alles dichterbij was –
Treinen in de poëzie’
bloemlezing in dubbelnummer 1-2 van het
tijdschrift Ballustrada, juni 2022
|