MELAKA I

                              

De windhanen krommen zich op het noorden,

pikken in de goede richting, houden onheil ver

van het Stadthuys van broze Zeeuwse steen,

en Christ Church, waar jij ooit zou trouwen.

                              

In het rode altaarlicht van Jonkers Street glanzen

nog steeds Hollandse realen, vazen uit Kanton,

dolken uit Damascus, en dezelfde versies

van jouw dildo, ingelegd met parelmoer.

 

Teveel geheugen heeft de nacht, teveel getier.

Ik slik mín pil en leg me af maar hoor

de roffel van jouw snavel alweer op de deur,

onderga nog dat je richt op mín buik, en lager

 

 

MELAKA I

 

The weathervanes incline to the north,

peck in the right direction, keep disaster well away

from the Stadthuys made of brittle Zeeland stone,

and Christ Church , where you once were to marry.

                              

In the red altar light of Jonkers Street still

gleam Dutch reals, vases from Canton ,

daggers from Damascus , and the same versions

of your dildo, inlaid with mother of pearl.

 

The night has too much memory, too much rage.

I swallow my pill and lay myself out but hear

once more the drumming of your beak on the door,

still endure your aiming for my belly, and lower.

 

 

MELAKA II

 

Sloepen rotten in het drab van de haven,

op hun bodem gruis van kolen voor de kookvuren

in plaats van de Schatten van het Oosten. Historie

ruikt hier naar jou, toen je je al niet meer waste.

                              

Dezelfde stad, een ander leven, even verraderlijk

als jij. In een van deze riksjaís toonde je me

het ingelegde lid, beloofde je me meer dan je ouwe

vrezen zou. Ik zette je naar hartelust op.

                              

ís Nachts het klank- en lichtspel: geklepel

van een vaderlands carillon met de Zilvervloot.

Jij neuriet weer mee, schuift in mín mond.

Ik proef de was. Het houdt niet op.

 

 

 

MELAKA II

 

Sloops rot in the dregs of the harbour,

on their bottom slack from coals for the cooking fires

instead of the Treasures of the East. Here history

smells of you, when youíd already stopped washing.

 

The same city, another life, just as treacherous

as you. In one of these rickshaws you showed me

the inlaid member, promised me more than your old man

would fear. I set you up to my heartís content.

 

At night the sound and light show: clanging

of a fatherlandís carillon with the chanting Zilvervloot.

You hum along once more, push in my mouth.

I taste the wax. It never stops.

 

 

MELAKA III

 

De Portuguese Settlement verdonkert in de zon,

die over dit strand pas honderden jaren ondergaat.

Klonters olie, plakkend zand. De branding rolt

uit in het slijm en bloed van een wijzere wereld.

 

Op het podium gaan de rondjes van de kinderen over

in de dansen van oudere zussen, onvermoeibare moeders,

het Aziatisch lot in hun Iberisch aangezette ogen:

kleurige rokken wervelen, laag na laag valt bloot.

 

Hier waren we eerlijk gezegd samen maar val je me af

als lood, hier spalk ook jij je plooi, moeten je ogen

westers rond. Wat was ouder: mijn lust of jouw haat?

Geen woord teveel. Vader, schroeiende schoot.

 

 

 

MELAKA III

 

The Portuguese Settlement darkens in the sun

that sets on this shore only hundreds of years.

Clots of oil, sticky sand. The breakers roll

out into the slime and blood of a wiser world.

 

On the platform the rounds of the children give way

to the dancing of older sisters, tireless mothers,

Asian fate in their Iberian-made-up eyes:

colourful costumes swirl, layer on layer is uncovered.

 

Here quite honestly we were together but you let me

down. Here, you too prop open your fold, your eyes must be

Western round. What was older: my desire or your hatred?

Not a word too much. Father, searing lap.

 

 

English translation: John Irons

 

 

GIERIK & NIEUW VLAAMS TIJDSCHRIFT, JRG. 20, NO. 76, 2002.