MELAKA I

De windhanen krommen zich op het noorden,
pikken in de goede richting, houden onheil ver
van het Stadthuys van broze Zeeuwse steen,
en Christ Church, waar jij ooit zou trouwen.  

In het rode altaarlicht van Jonkers Street glanzen
nog steeds Hollandse realen, vazen uit Kanton,
dolken uit Damascus, en dezelfde versies
van jouw dildo, ingelegd met parelmoer.

Teveel geheugen heeft de nacht, teveel getier.
Ik slik mín pil en leg me af maar hoor
de roffel van jouw snavel alweer op de deur,
onderga nog dat je richt op mín buik, en lager.


Bloemlezing 'Ik ben niet gek!', Uitgeverij P, 2010