|
VLUCHTELING
NT2
We oefenen spreken. Ik leg alle verbanden bloot
en maak grapjes over onderliggende structuren.
Ze lachen. Ik veeg het bord weer schoon.
Eén lacht niet, staat even op uit zijn dood:
‘Mijn vrouw. Ze komen laat. Laten haar duren.’
Geen student verdringt het wit, dat ons weerkaatst.
SINT-ALOYSIUSSCHOOL
Op de broederschool, herrijzend uit
afgegraven herinnering, eindelijk de eerste
woorden, kartonnen letters op versleten vilt:
geboden al gauw die later pas doordrongen.
Zo zagen wij niet hoezeer de Spaanse patroon
over lokalen en cour heerste, met witte lelie,
rozenkrans en de gesel waar hij zijn Jezuïtisch
ongewassen lijf tot bloedens toe mee sloeg.
De grote veranderingen kwamen te laat
voor de pest waar hij jong nog aan bezweek.
In lange onderaardse gangen
galmen de stemmen van zijn jongens
van ongekend geluk.
In de bloemlezing ‘Er hangt iets van lente in de
klas … Nederlandstalige onderwijsgedichten vanaf
de dertiende eeuw tot nu’, oktober 2025,
Uitgeverij NoordBoek, ISBN: 978 9464713305.
|