SINGAPORE I: THE STRAIT

Terugkerend over het verwarde water, lees ik
het verhaal van deze stad, die het verleden
verraadt als jouw vader jou, jij mij en ik ’s nachts mezelf,
luisterend naar de schepen van mijn geboortestad.

Dan opent zich opnieuw het gat in de Causeway,
glijden we met slapende benen in de diepte
van een te lang verzwegen familiestroom
waar harde handen strelen uit vreemde moeders.

‘Het enige dat ze doodop van de zenuwen zagen:
zwartere gaten in het zwarte water van de Strait.
Het enige dat ze tot in zichzelf konden horen:
het groeiend geronk van buitenboordmotoren.’

 

SINGAPORE II: PLANTAGE

De pater snijdt de boom verder open, doopt
plagend jouw vingers in het witte vocht
en benoemt in meer talen tegelijk de macht
die een sterkere verbeelding dan de mijne voedt.

‘Mannen vloekten en struikelden over wapens,
over elkaar, en schreeuwden om lampen.
En steeds bleven de rubberboten naderen,
naderden ze, onophoudelijk, als een gericht.’

Ik, achterblijvend in het oude licht, wrik
aan het mes en onttrek plots met het heft
mezelf aan een zeldzaam volgezogen tijd.
Het lemmet trilt na in de stam. Jij in mij.


SINGAPORE III: KRANJI MEMORIAL

‘En voordat ze goed en wel in de gaten hadden
wat er gebeurde, vochten ze met de bajonet
in de drassige plantages, en de Japanners,
lachend van eenvoud, waren overal en nergens.’

Mijn pen stoot in de tijd, stoot opnieuw, keer
op keer maar steeds stokt hun gesprek,
blijven zij ooms en tantes op bezoek na de preek
in ons huis vol vliegenvangers, verplichte schemer.

Het zicht op de Strait bij zonsondergang
verdiept zich even tot een inzicht: de dood
is niet dit vochtig veld vol kruisen, een mes
in de buik; de schuld in eigen kring.


DE RIJPE TIJD – 10 JAAR UITGEVERIJ IN DE KNIPSCHEER
Jubileumuitgave, najaar 1986. Uitgeverij In de Knipscheer.