VIRUS
 
Der Tod in Venedig
 
Een novelle. Een film. Een gedicht.
Daartussen herkenning, kloppende passie
en de noodzaak die drievoudig te weerstaan.

Geen geeft toe wat steeds weer wringt.
 
De stad schilfert en vlekt van schoonheid.
Op het Lido, in de paviljoens en eetzalen,
kruisen blikken van oude ogen die van jonge.
 
Geen legt lavendel tussen de nog gladde lakens.
 
Niet te uiten woorden schuilen
tussen jankende violen, ongehoord lange scnes
met gefilterd licht, beladen beeldspraak.
 
Geen ontknoopt het nieuwe vest, de pantalon.
 
Meer en meer lege plekken op het strand,
de dag klam, het licht schel, de tijd haast voorbij.
 
Fijne vingers, aarzelende lippen, strakste huid.
 
Zwart drupt uit het zwarte haar, in het zand.




UITWEG
 
Dead Poets Society
 
De jaren vijftig. Altijd.
De heuvels van Vermont. Overal.
Jongenscolleges, onverbiddelijke regels.
 
Dan, die ene docent over geheim genootschap:
gedichten in een grot en riten, eerste geloof
in een buitengewoon leven, de gedroomde rol.
 
Behalve geboden en verboden nu ook aansporing,
niet langer het wegredeneren van raadsels
maar het zwelgen in wat al schemerde.
 
"Geniet van elk moment; overdenk de gevolgen".
Diamant in roeping is harder dan kristal in talent.
 
Een koord, capsules, met mes in bad. Het pistool.
 
Woekeren met pijn en spijt zal hij, de vader
die hem verplichtte te helen, levens te redden.
 
En toegeven dat hij toegaf zal hij, de vriend
die verraad pleegde, meer uit liefde dan uit angst
maar meer nog uit eigenbelang.
 
Zegeverliezend staan de klasgenoten
op hun schrijfbank,
 
staan ze op.




MET GESPITSTE OREN
 
Das Leben der Anderen
 
Geduld in overvloed. Geen woord teveel.
 
Hij beslaat de toegewezen zolder met discipline
en luistert routineus het alledaagse leven,
al hun banaliteiten beneden af,
 
neemt elk telefoongesprek op, noteert,
luistert zich dan tegen wil en dank langzaam open.
 
Niet te voorkomen dat de zij bezit van zijn kruis
neemt en de hij van zijn geloof in het ware systeem,
het werk voor het eerst vragen oproept.
 
Onder hem strelen handen dijen, tikken ze
zinnen die vervoeren, spelen die nooit meer
te vergeten Sonate vom guten Menschen
 
en hij geeft toe aan wat hen drijft, vervangt uitspraken,
vervalst meer dan rapporten als bescherming
 
want weet dat dikkere vingers vrouwen dwingen,
op de achterbank van een dienstauto,
zich een weg wringen,
 
gevaarlijker toetsen indrukken,
 
blijven stinken naar macht.




KLIMAATVERANDERING
 
45 Years
 
Elkaar geloven te kennen, door en door,
kunnen zien hoe jaar na jaar vertrouwen
bijna onmerkbaar over de eigen ander slibt
 
en horen hoe een enkel woord niet alleen
meer alles zegt maar ook niets.
 
Op de verre gletsjer, die tergend snel
naar beneden schuift, smelt de sneeuw
 
en het ijs daaronder toont steeds helderder
haar zwarte diepte en wat die verzwolg.
 
Liefhebben, het falend mannenlijf
ten spijt, strelen en likken naar herinnering
aan het gehijg en gekef, het gelieg.
 
Op de koude zolder wachten foto's
om in achterdocht te worden gevonden.
 
Tegen nog altijd witte bergen poseert daar
in volle bloei, volledig van geluk, de vrouw
vr zijn vrouw, net voor de val.
 
Zonder geluid viel ze, achterover,
zoals zijzelf nu moet kijken naar wat vrijkomt:
 
gruis, geschuurde stammen en vlees
dat zacht krakend om hen heen groeit,
 
als nooit meer ongeboren kind.
 
 
E-zine Brabant Cultureel, 27 juli 2021