FRANK STARIK

NEPVUUR. 1988
Goede poëzie moet, zoals Kees Fens eens terecht schreef, een ‘achterland’ hebben, d.w.z.moet bij herlezing ook nog wat te bieden kunnen hebben. Deze debuutbundel van de (nog) onbekende Frank Starik voldoet in ieder geval niet aan dit criterium. Al bij eerste lezing worden alle troeven uit handen gegeven. Het centrale thema, verdeeld over 4 delen met onregelmatig strofisch gebouwde gedichten, is dat van de zinloosheid van het bestaan van velen. Als een eigentijdse chroniqueur neemt Starik met scherp geformuleerde, op optimale duidelijkheid gerichte zinnen vol felle spot (hij behoort niet voor niets tot de zogenaamde Maximalen, die hoge snelheid en het Grote Gebaar in de poëzie bepleiten) die collectieve passiviteit op de hak. Deze positieve aspecten moeten het echter opnemen tegen de oppervlakkigheid, het modieuze en, hier en daar, het goedkope effectbejag, en die wegen vooralsnog een stuk zwaarder. Poëticaal bespeelt Starik oude stramienen: zijn werk biedt niets nieuws. Toch zal het appelleren aan de smaak van een voornamelijk jong publiek.

NIEUWE VLEUGEL. 1995
Als er al een dichter is die een claim kan leggen op ‘de ruimte van het volledig leven’, dan is dat niet Lucebert (van wie deze uitspraak is) maar Frank Starik, die een gehele bundel (zijn derde) gebruikt om dat te bewijzen. Wie alleen gedichten verwacht komt bedrogen uit, want er staan niet veel als zodanig bedoelde teksten in dit boekje, en die bieden dan nog eens weinig tot geen poëtische kwaliteit. Nee, het belang van de uitgave, die overigens bijzonder fraai vormgegeven is, schuilt in het concept: de registratie van een artistieke ontwikkeling waarbij het eigen leven en dat van de andere gezinsleden een centrale rol spelen. Dit verslag wordt gelardeerd met enkele inleidende teksten, boeiende, vaak ontroerende foto’s en een op de lachspieren werkende correspondentie. Conclusie: een origineel boekje dat z’n waarde eerder ontleent aan het ‘document humain-gehalte’ dan aan poëzie.

DE GROTE VAKANTIE. 2004
Altijd goed voor een eigenzinnig geluid is de Amsterdamse dichter Frank Starik. Dat is opmerkelijk omdat hij meestal toch van de dagelijkse realiteit uitgaat en de daarbij passende zegging hanteert. Het zijn dan ook de onverwachte verschuivingen in betekenis en Stariks loensend waargenomen perspectief die deze poëzie op gang brengen. Niet voor niets luiden de beginregels ’Zo op het oog hier alles / welvaart en gemoedsrust’. Uiteraard volstaat het eerste zicht niet: hoe beter je kijkt, hoe wonderlijker de omgeving, hoe vruchtbaarder het denken. En observeren en peinzen doet Starik uitstekend in deze uit zes delen plus een slotvers bestaande bundel. Geen wonder dat zijn teksten een sterk beschouwelijk karakter hebben. Daarnaast spelen zijn droge humor en sociale betrokkenheid een grote rol. Er is ook een cd met vier op muziek gezette teksten (drie uit het boek), door Starik zelf met raspende maar gevoelige stem gezongen. Het totaal vormt een aantrekkelijk project dat met name ‘oudere jongeren’ zal aanspreken.

Nederlandse Bibliotheek Dienst