index



 
INTERVIEW IN BARBARUS

Gedurende de laatste jaren ondervroeg Hannie Rouweler regelmatig dichters over hun werk en de achtergronden daarvan. De interviews verschenen in uiteenlopende tijdschriften.

Met het oog op een publicatie in Barbarus had ze in 2019 een gesprek met Albert Hagenaars. Onder de titel 'Dichter tussen verschillende culturen' verscheen de weergave daarvan op 4 juni 2019 in dit cultureel webtijdschrift.

Het stuk werd tevens opgenomen in het boek 'Interviews', waarin Rouweler de meeste vraaggesprekken samenbracht.
De andere ondervraagden zijn: Frans August Brocatus, Frans Budť, Raoul Faverey (broer van Hans Faverey), Hadaa Sendoo, Y. Nť, Wim van Til, Lief Vleugels en Hans Werkman.

Het boek sluit af met interviews die Guy van Hoof en Roger Nupie, elk apart, met Hannie Rouweler hadden.





ALBERT HAGENAARS - Dichter en schrijver tussen verschillende culturen

Door Hannie Rouweler




Albert, je bent net met pensioen. Wat heb je gedaan tijdens je werkzame leven? Heb je nu ook de indruk dat je meer tijd hebt om dingen te doen die anders waren blijven liggen?

Ik ben vier jaar vroegtijdig gestopt met werken in het onderwijs. Ik heb op verschillende instituten parttime Nederlandse les aan anderstaligen gegeven, variŽrend van gastarbeiders zoals ze toen werden genoemd tot amoureuze inwijkelingen en van politieke vluchtelingen tot jongeren die puur voor de studie naar Nederland kwamen. Ik heb ook een blauwe maandag Engels onderwezen in IndonesiŽ, op een Chinees instituut, TOP geheten, in Kuningan vlakbij Cirebon. Dat was hard werken.



Je hebt in Parijs gewoond enkele jaren. Wat hebben deze Parijse jaren voor jou betekend? Heb je daardoor een speciale binding met de stad gehouden, en misschien nog vrienden?

In een verwarrende periode in m'n leven, een jaar of veertig jaar geleden, zat ik eerst in Chartres bij kennissen en vervolgens drie, vier keer enkele maanden achtereen in Parijs. Ik had geen werkvergunning en moest slecht betaalde zwarte klussen doen, o.a. afwassen in een Tunesisch restaurant in het XVIIIe. Ik had veel omgang met schilders, musici en dromers. Ik hoefde echter geen geel hesje aan te trekken om vast te stellen dat ik er niet kon blijven. 'Dood Tij' verhaalt over die belangrijke ervaringen. Ik probeer er elk jaar heen te gaan. Ik heb er nog een paar goede contacten.



Je bent vooral bekend als dichter. Je hebt ook enkele romans geschreven. Waar werk je momenteel aan?

Aan een bundel met de werktitel 'Pelgrimsgrond', aan een derde roman, die zich op Java afspeelt, aan een aanhoudende stroom te recenseren boeken, op dit moment 'Nederzettingen' van Bert Bevers, en ook, samen met mijn vrouw Siti, aan vertalingen. Zij leert er beter Nederlands van en ik beter Bahasa Indonesia. We hebben al zo'n 200 Nederlandse, Vlaamse en Surinaamse gedichten gepubliceerd. Die worden gretig gelezen in IndonesiŽ en, in mindere mate in MaleisiŽ. De roman krijgt nu steeds meer prioriteit. Daarvoor heb ik andere zaken geschrapt.



Er zijn veel recensies van jouw hand verschenen. Je bent een echte graver, in iemands werk, en weet het onderste uit de kan te halen. Ik bedoel daarmee de onderlagen en de vele verwijzingen, die bv in sommige gedichten te vinden zijn en niet altijd evident of zichtbaar voor de gemiddelde lezer. Ik vind je bij uitstek een diepzeeduiker. Om al die referenties te kunnen ontdekken, moet je klankbord wel ruim zijn en weliswaar komt dat doordat je zelf veel leest. In dat opzicht ben je erudiet. Vertel eens hoe e.e.a. in elkaar steekt, ook wanneer dit voor jou is begonnen, wellicht al op jonge leeftijd.

M'n eerste poŽzierecensies verschenen eind jaren zeventig in kleine bladen als Het Roze Gevaar (Bergen op Zoom) en Tijd-Schrift (Haarlem). Johanna Kruit, die in diezelfde periode voor de Nederlandse Bibliotheekdienst zogenaamde aanschafinformatieteksten over poŽzie maakte, wees me op de mogelijkheid daar aan de slag te gaan. Dat was in 1982. Ik solliciteerde en werd aangenomen. Niet veel later ben ik ook over moderne beeldhouwkunst, reis- en cultuurboeken en uitgaven m.b.t. IndonesiŽ gaan schrijven. Op basis daarvan kwam ik bij De Haagsche Courant terecht en leverde ik onregelmatig kritieken voor o.a. PoŽziekrant, De Houten Gong en, de laatste jaren, voor De Verborgen Hoek en Brabant Cultureel.
Die vele klussen voor NDB Biblion zoals de organisatie tegenwoordig heet, hebben me veel kneepjes van het vak bijgebracht. Elke keer moet je proberen de belangrijkste zaken onder woorden te brengen in slechts 1100 tekens inclusief spaties. Er zijn inmiddels bijna 1500 stukken gepubliceerd.



Recensies zijn van belang zodat lezers geÔnformeerd worden. Maar de lezer heeft altijd het laatste woord in die zin: hij/zij moet het boek, of de dichtbundel, interessant genoeg vinden om die te willen kopen of lenen bij de bibliotheek. Zou je hieronder wat fragmenten willen plaatsen, uit diverse recensies die jij zelf schreef? Dat geeft een veelzeggend beeld. Graag met vermelding van de titel bundel, auteur.

Dat doe ik liever niet omdat m'n besprekingen heel compact in elkaar zitten. Alles grijpt in elkaar en zou houvast verliezen als ik delen wegliet. Maar iedereen kan ze inzien in de rubriek Kritieken op m'n website, www.alberthagenaars.nl. Daar staan er meer dan zelfs de meest gulzige lezer aankan.



Literatuur: zou je ons iets willen vertellen welke boeken, welke schrijvers, jij graag leest en waarom.

Ik stak als klein kind al steeds m'n neus in boeken en bewaakte sommige als ware schatten. Op de middelbare school maakte ik kennis met dichters die me nog steeds fascineren zoals Marsman, Nijhoff en een enkele Vijftiger, verder Baudelaire, Keats, Shelley, Trakl.
Ik houd van het werk van Cees Nooteboom (vooral de reisboeken) en Paul De Wispelaere maar lees tegenwoordig zo goed als geen proza meer. Ik verdiep me liever in wat ik goede poŽzie vind en denk dan aan klassieken als Rilke en TranstrŲmer maar ook aan experimenteel gerichte dichters, bijvoorbeeld Afrizal Malna. Deze belangrijke Indonesische auteur en theaterman leerden we ook persoonlijk kennen nadat we in opdracht van de organisatie van het festival The Maastricht International Poetry Nights een aantal van diens gedichten vertaalden.



Je bent iemand die veel gereisd heeft, over de hele wereld. De afgelopen jaren, en eigenlijk voordien ook al, is IndonesiŽ wel je tweede moederland, of vaderland, geworden. Het land heeft veel meegemaakt, vooral door de geschiedenis maar ook door natuurrampen die wel erg heftig zijn. De tsunami's, vulkaanrampen. Hoe verwerken jij en je vrouw dit, hoe verwerkt de bevolking het?

Ons eerste huis is net als bijna alle andere woningen in het betreffende gebied door de grote beving van 2006 verwoest. Beetje bij beetje hebben we het groter en vooral sterker weer opgebouwd. Als je nu in Bantul en omgeving komt, dat is het zuidelijke regentschap van Yogyakarta, zie je niks meer van de enorme schade. Er waren ongeveer 7000 doden (ruim tweemaal zoveel als tijdens de Watersnood in 1953), die worden natuurlijk nog altijd gemist. Ofschoon iedereen familie en bekenden verloor, wordt niet meer of slechts nauwelijks over de slachtoffers gepraat.
Elke dag is er ergens in de archipel, de Ring van Vuur, wel een beving. Meestal zijn het kleintjes en merk je ze alleen door het rimpelen van de thee in je kop maar om de paar weken voel je er een fysiek, dichtbij of veraf.
We wonen ook dichtbij de Merapi, ťťn van de gevaarlijkste vulkanen van het land. Voor lava hoeven we vanwege de afstand niet bang te zijn, al zien we die 's nachts vanuit de slaapkamer soms wel als vurige tongen traag over de flanken, drie kilometer hoog, naar beneden kruipen. We hebben bij uitbarstingen vooral last van dampen en as. Die ligt soms dik op ons dak en wordt hard als beton zodra het regent. Het is dus zaak het dak op tijd vrij te krijgen. Hoewel we vlakbij het strand wonen, hebben we dankzij de hoge kust geen last van tsunami's. Wel komen in de omgeving regelmatig banjirs voor, overstromingen vanuit de rivier de Opak.
De bevolking reageert in westerse ogen laconiek op de vele rampen. Ze zijn eraan gewend en ze hebben geen alternatief dus ze staan er niet te lang bij stil. Ze beginnen direct weer met opbouwen, elke keer opnieuw. Het zijn bewonderenswaardig taaie rakkers.



De natuur is bijzonder mooi in IndonesiŽ. De vele eilanden, ieder met een eigen karakter. Bali dat zo geheel anders is en vooral erg veel toerisme trekt, uit o.a. AustraliŽ waar het relatief niet zo ver vandaan ligt. Als jij er zomers naar toe gaat, wat doe je dan zoal, familie bezoeken, dichters en schrijvers? Je spreekt de taal, waardoor je wel opgenomen zult worden in deze kleurrijke gemeenschap en omgeving. Je kent de religies, gewoontes en rituelen. Zijn er nog momenten dat je je er bewust van bent dat je westerling bent feitelijk?

IndonesiŽ heeft inderdaad een adembenemende natuur maar niet overal. Ten eerste zijn er ook dorre, onaantrekkelijke landschappen, vooral in het oosten, waar ik veel eilanden bezocht. Die hebben Australische charmes maar vergeleken bij de meest vruchtbare gebieden, Java, Bali en West-Lombok en de gelukkig nog steeds onontgonnen binnenlanden van Kalimantan en Papua, zijn het toch tweederangs landschappen. Ten tweede breiden de steden enorm uit, vooral op Java, en die leveren spookachtige beelden op. Volgens westerse normen zijn miljoenensteden als Jakarta, Medan, Bandung en Surabaya niet leefbaar meer. De hoofdstad wordt daarom misschien verplaatst naar het stille Kalimantan.
In onze stad, Yogya, houdt de infrastructuur ondanks alle grote investeringen ook geen gelijke tred met de bevolkingstoename. Zelf zitten we in een dusun, een kleine dessa, van 200 mensen, 20 km van het centrum waar alleen zandpaden zijn. Wel hebben we inmiddels elektriciteit, een kleine watertoren en, essentieel voor mijn werk, wifi. Ik doe mee aan alle activiteiten en ceremonies inclusief bezoeken aan de moskee. Dichtbij zijn trouwens plaatsen die overwegend katholiek zijn.
In onze dusun ben ik al vroeg in de gelederen opgenomen. Ook op Java zijn er echter gebieden waar ik met m'n lange neus en harige armen verbaasd nagestaard wordt.
In IndonesiŽ zijn we vaak onderweg, meestal naar ons onbekende gebieden. Het is wel altijd interessant maar niet altijd fijn. Ook in dit opvallend gastvrije land is er discriminatie en, door het opkomen van strengere stromingen van de Islam, steeds minder tolerantie.



Welke plannen heb je voor de toekomst? Ga je verder met het vertalen van dichters, in welke taal?

Het zijn dezelfde plannen als altijd: zoveel mogelijk reizen en schrijven. We zijn net terug van een literair gerichte reis naar Zuid-ItaliŽ, vertrekken over zes weken naar Java en Sulawesi en in het najaar wil ik de Nederlandse Antillen bezoeken. Als kind was ik daar al nieuwsgierig naar.
Bij leven en welzijn zullen we nog veel meer poŽzie vertalen, zowel Nederlands-Indonesisch als andersom, mede met het oog op een tweetalige bloemlezing. Ik wil niet naÔef zijn maar wie weet draagt ons werk bij, ooit, voor een paar lezers, ergens, aan een beetje beter begrip voor zowel de eigen cultuur als andere vormen van samenleven. PoŽzie speelt in de wereld een te verwaarlozen rol maar de kracht van het woord is en blijft enorm, zie maar eens wat alleen al Bijbel, Koran, Thora en dergelijke teweeg hebben gebracht.

En (ander) fake nieuws!





Klik hier voor het interview dat Hannie Rouweler in 2015 met Albert Hagenaars had. Het verscheen in datzelfde jaar in Verba, het tijdschrift van de Vereniging van Brabantse auteurs.




Uitgeverij Demer






index